Zelf een akte opnemen, surf dan naar www.doehetzelfnotaris.nl

Maatwerk nodig? Bel 078 - 613 67 66

Testament: nut(tig) of noodzaak?

Geplaatst op: 06 juni 2014

Wanneer iemand die getrouwd is en kinderen nalaat overlijdt, is volgens de wet de zogenaamde wettelijke verdeling van kracht. Volgens de normale regels van de wet worden echtgenoot en kinderen hierbij voor een gelijk deel tot erfgenamen benoemd. De in het spraakgebruik vaak gehanteerde regel ‘de helft +een kindsdeel’ voor de echtgenoot is alleen van toepassing bij een huwelijk in gemeenschap van goederen, omdat de langstlevende de helft daardoor bij leven al heeft. De langstlevende wordt beschermd door de wettelijke verdeling. De wettelijke verdeling van de nalatenschap is zodanig dat:

– alle goederen en gelden aan de langstlevende worden toebedeeld, onder de verplichting voor de langstlevende om alle schulden (onder andere de nota’s die er liggen en nog komen) en alle overlijdenskosten te betalen en de erfdelen van de kinderen aan hen schuldig te blijven;

– de kinderen een vordering op de langstlevende krijgen ter grootte van het erfdeel, die zij pas kunnen opeisen bij (in hoofdregel) overlijden van de langstlevende zelf of bij andere bijzondere situaties.

Deze ‘wettelijke verdeling’ is de kern van de langstlevende bescherming waardoor de eigendom van alles wat er is (roerende zaken, zoals auto, meubels, bankrekeningen, maar ook onroerende zaken zoals de woning) naar de langstlevende gaat en de kinderen niets anders krijgen dan een niet-opeisbare vordering.

De verschuldigde kindsdelen behoeven pas na het overlijden van de langstlevende aan de kinderen te worden uitgekeerd. Dit betekent echter niet dat pas erfbelasting betaald hoeft te worden na het overlijden van de langstlevende ouder. De fiscus stelt zich op het standpunt dat de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder een vordering hebben geërfd en dat daarover al bij het overlijden van de eerste ouder erfbelasting moet worden betaald. Wel is bepaald dat die erfbelasting moet worden voorgeschoten door de langstlevende ouder. Deze wordt echter al geconfronteerd met de kosten van de uitvaart en heeft daarnaast in het algemeen lagere (pensioen) inkomsten. Vooral als het vermogen vast ligt, kan het betalen van de erfbelasting een probleem zijn voor de langstlevende partner.

Gelukkig is er wat aan te doen: als alternatief voor de wettelijke verdeling kan in veel gevallen de zogenaamde tweetrapsmaking uitkomst bieden. De sleutel zit in de hoge vrijstelling die de langstlevende echtgenoot heeft (ruim € 600.000,–) en de lage vrijstelling van kinderen (€ 19.000,–). Door de langstlevende tot enig erfgenaam te benoemen wordt bereikt dat in de meeste gevallen geen erfbelasting verschuldigd is bij het overlijden van de eerste ouder.

In een tweetrapstestament wordt de langstlevende echtgenoot tot enig erfgenaam benoemd (dit is de eerste trap), maar dat erfgenaamschap vervalt als de langstlevende zelf komt te overlijden. In hetzelfde testament worden de kinderen tot erfgenaam benoemd voor het geval het erfgenaamschap van de langstlevende echtgenoot is weggevallen. Dit is de tweede trap. De kinderen erven zo bij het overlijden van de langstlevende zowel rechtstreeks van de langstlevende en alsnog van de eerststervende.

Op deze manier hoeft de langstlevende niet meteen belasting te betalen bij het overlijden van de eerste echtgeno(o)t(e), aangezien alles vererft binnen de grote vrijstelling van de langstlevende, en bij het overlijden van de langstlevende hoeft die belasting slechts te worden betaald over het daadwerkelijk ontvangen bedrag. Dit betekent dus in elk geval uitstel van betaling van erfbelasting en wellicht zelfs afstel, als de langstlevende alles heeft opgemaakt.